Overzicht aanvraagcriteria

Projecten

Projecten bij het derde tijdvak in 2016 moeten gericht zijn op een of meerdere van de volgende thema’s:

  • het bevorderen van gezond en veilig werken, waaronder een gezondere leefstijl, het terugdringen van werkstress en ongewenst gedrag in de werksfeer;
  • het bevorderen van een leercultuur voor werkenden, waaronder het erkennen van niet-bedrijfsspecifieke kennis en vaardigheden;
  • het stimuleren van interne mobiliteit van werkenden, het anticiperen op individuele ambities en ontwikkelmogelijkheden en het begeleiden van werknemers naar ondernemerschap;
  • of het bevorderen van een flexibele werkcultuur, waaronder het invoeren van flexibel arbeidstijdenmanagement.


Een project  heeft tot doel de bevordering van duurzame inzetbaarheid van werkenden door:

  • het verkrijgen van advies met een implementatieplan;
  • of het verkrijgen van begeleiding bij de implementatie van een advies, waaronder het in dialoog met de werkenden aanpassen van de organisatie van het werk.

Criteria

U dient bij de aanvraag aan te tonen dat u als werkgever tenminste twee werknemers in dienst heeft. Dit kan door het overleggen van recente loonstroken (bedragen mogen onzichtbaar worden gemaakt) of door een overzicht uit de salarisadministratie waaruit blijkt dat er minimaal twee werknemers in dienst zijn.

Een project mag hoogstens 12 maanden duren. De looptijd van deze projectperiode start de dag na dagtekening van de subsidieverlening en eindigt 12 maanden daarna.

Om aan te tonen dat werknemers actief en aantoonbaar betrokken worden bij het project dient in het advies of eindverslag te worden opgenomen hoe het personeel betrokken is geweest.

De aanvrager is in beginsel vrij in zijn keuze van adviseur. De deskundigheid van deze adviseur op het gebied van duurzame inzetbaarheid moet wel worden aangetoond. In de meeste gevallen gebeurt dit door het aanleveren van drie referenties van verschillende opdrachtgevers. Onder een adviseur wordt verstaan een persoon, niet zijnde een werknemer van de subsidieaanvrager, die in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf als adviseur werkzaam is op het gebied van duurzame inzetbaarheid.

Subsidiabele kosten

Enkel de directe kosten van de adviseurs (gemaakt binnen de vastgestelde projectperiode) zijn subsidiabel. Bijkomende kosten van de adviseur, zoals bijvoorbeeld reis- en verblijfskosten, materiaalkosten, btw en verletkosten komen niet in aanmerking voor subsidie. Btw en kosten gemaakt ten behoeve van scholing komen niet in aanmerking voor subsidie. Let op: in de ESF-regeling Duurzame Inzetbaarheid voor bedrijven is vastgelegd dat alleen de kosten van een adviseur voor het opstellen van een advies of het begeleiden van de implementatie van dat advies subsidiabel zijn.