Aanvraagcriteria Europees Globaliseringsfonds
Om in aanmerking te komen voor steun uit het EGF kan een aanvraag worden ingediend bij de Europese Commissie, deze aanvraag dient op hoofdlijnen aan een aantal criteria te voldoen. Hieronder treft u de criteria aan waaraan een aanvraag moet voldoen. In de daarop volgende paragrafen worden de criteria nader toegelicht.
Criteria
- Het massaontslag betreft minimaal 500 personen (was 1.000 personen), die vallen in de referentieperiode.
- De aanvraag moet binnen tien weken na de referentieperiode worden ingediend bij de Europese commissie. NB: binnen vier weken na de referentieperiode moet de aanvraag zijn ingediend bij het ministerie SZW.
- Aangetoond moet worden dat de ontslagen het gevolg zijn van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.
- De activiteiten betreffen individuele dienstverlening om ontslagen werknemers aan het werk te helpen.
- De activiteiten vormen een aanvulling op het structuurbeleid van de Europese Unie en op de reguliere maatregelen van de lidstaat.
- Bij een sectoraanvraag moeten bedrijven dezelfde NACE-code hebben (per hoofdcategorie). (een NACE-code is te vergelijken met de SBI-structuur (Standaard Bedrijfs Indeling).
1. Massaontslag
Een gedwongen ontslag telt mee vanaf:
- de datum van de individuele kennisgeving door de werkgever dat de arbeidsovereenkomst van de betrokken werknemer tijdelijk of definitief beëindigd wordt, of
- de datum van de feitelijke beëindiging van een arbeidsovereenkomst voordat deze afloopt, of
- de datum waarop de werkgever UWV Werkbedrijf en de vakbonden schriftelijk in kennis stelt van een plan voor collectief ontslag.
2. Referentieperiode
De genoemde referentieperiode is verschillend voor bedrijven en sectoren. Voor één bedrijf is deze periode gesteld op vier maanden, wat betekent dat alle ontslagen binnen deze periode moeten vallen. Voor een groep bedrijven ofwel een sector is deze periode negen maanden als de ontslagen zijn gevallen in een bepaalde sector in één of twee aan elkaar grenzende provincies.
3. Aantoonbaar gevolg van
De aanvrager moet aantonen dat de ontslagen een gevolg zijn van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen. Hierbij moet ook de impact op regionaal/provinciaal niveau worden aangetoond. Specifieke regionale/provinciale informatie is dus essentieel.
4. Werk naar werk
- De activiteiten die meegenomen kunnen worden in de aanvraag hebben tot doel de ontslagen werknemer van werk naar werk te begeleiden. Hierbij valt te denken aan: scholing, opzetten mobiliteitscentrum binnen het bedrijf, training, loopbaanbegeleiding, ondersteuning bij oprichting eigen bedrijf, mobiliteitstoelage bij verhuizing in verband met ander werk in andere regio/plaats.
- Bepaalde al gestarte scholingsactiviteiten die bijvoorbeeld nu al in het kader van de deeltijd-ww worden uitgevoerd kunnen worden meegenomen als subsidiabele kosten in de aanvraag als deze medewerkers straks ontslag krijgen. De activiteiten moeten echter dan wel doorlopen in de referentieperiode. Per geval zal het Agentschap SZW hierover moeten oordelen.
- Interne opleidingen gericht op begeleiding van werk naar werk mogen worden meegenomen in de aanvraag
5. Aanvulling structuurbeleid
De activiteiten vormen een aanvulling op het structuurbeleid van de Europese Unie en op de reguliere maatregelen van de lidstaat. Een lidstaat moet kunnen aantonen welke maatregelen zij zelf neemt en dat het hier dus om aanvullende maatregelen gaat. Het ministerie van SZW moet dit aantonen en niet het bedrijf of sector dat de aanvraag doet.
6. NACE-code
Bij een sectoraanvraag moeten bedrijven dezelfde NACE-code (per hoofdcategorie) hebben. Bedrijven die worden meegenomen in een sectorbrede aanvraag moeten dezelfde hoofdcategorie/NACE-code hebben. Dit is vergelijkbaar met Standaard Bedrijfs Indeling (SBI) structuur.
